OLVOp zondag 25 januari 2009 werd in onze kerk een mooie icoon gewijd rond de patroonheilige van onze parochie.

Het beeld van O.L.Vrouw van Bijstand, rechts van het altaar in de kerk van Tremelo, werd vervangen door een iconografische reproductie. Dit om onze patrones wat meer (ook: letterlijk) glans te geven. Meteen een prima gelegenheid om de prent van O.L.Vrouw van Bijstand toe te lichten.

De originele icoon is (waarschijnlijk) gemaakt in Griekenland, en bevindt zich sinds 1855 in de kerk van de redemptoristen, in hun generalaat te Rome. Deze congregatie mikte op intense volkspredikatie in de parochies, en in het zog daarvan werd de devotie tot O.L.Vrouw van (Altijddurende) Bijstand sterk gepropageerd. Vanaf 1866 kwam dit in een stroomversnelling. Een groot aantal parochies ook in Vlaanderen in die tijd opgericht, kreeg deze patroonheilige. Zo ook in Tremelo, ofschoon pas ruim een eeuw later. 

Reeds gewijd in 1786, werd in de kerk van Tremelo Maria als patrones oorspronkelijk onder een andere devotionele naam vereerd: O.L.Vrouw Bezoek. Waarom dan nu O.L.Vrouw van Bijstand? Nergens blijkt deze naamswijziging formeel geattesteerd (wel vanaf 1941). Wellicht is dat gebeurd door de "volksmissies" waarmee de redemptoristen vanuit Leuven de Tremelonaars op het preekgestoelte een godvruchtig geweten kwamen schoppen. Aardig feitje: het glasraam rechts van het altaar werd door pastoor Alfons Verbeeck (1887-1911) betaald, en beeldt zijn naamheilige af: de H. Alfonsus van Liguori. Dit is de stichter van de redemptoristen, en zo wordt het plaatje completer. Wellicht kwam onder Verbeecks pastoorschap rond de eeuwwende de huidige naam in zwang. 

Infrarood-analyses bij de restauratie in 1990 situeren het hout van de originele icoon tussen 1325-1480, en de pigmentatie van de verf dateert deels vanaf de 18e eeuw. De icoon is van Byzantijnse origine, maar door de latere retouches in Europa biedt zij een synthese van oosterse en westerse kenmerken.

Een icoon als typisch liturgisch "product" van onze oosters-orthodoxe zusterkerken, is geen decoratie, maar contemplatie: uitnodiging tot gebed. Wat zien we op de icoon?

De achtergrond glanst van goudgeel: kleur van Gods eeuwigheid. Het Kind rust in de armen van Maria, die de toeschouwer pal in de ogen kijkt, met een weemoedige blik die sérieux afdwingt. Want haar boodschap moet diep tot ons doordringen: Jezus zal gekruisigd worden voor het heil van de mensen. Als vingerwijzing naar de spiritualiteit van hun congregatie (Allerheiligste Verlosser), geven de redemptoristen deze voorstelling nog een andere naam: Moeder van de Verlosser. Het kleurenpalet van Maria's gewaad (rood, blauw, groen) werd van oudsher geassocieerd met de koninklijke status, en articuleert haar verhevenheid als moeder Gods. Een achthoekige ster siert vooraan haar sluier, want zij gidst de mensen feilloos naar Christus.

Moeder en Kind worden geflankeerd door de twee aartsengelen die de typische attributen dragen van het Lijdensverhaal. Links zweeft Michaël met de in azijn gedrenkte spons, en de lans die de zijde van de Gekruisigde doorboort. Rechts doet Gabriël zijn intrede met het passiekruis en de vier nagelen.

Het Kind Jezus is zich terdege bewust van de toekomstige Passie, en schrikt zich een hoedje. Pittoresk detail: het sandaaltje van zijn rechtervoet valt voorwaar pardoes uit. In een reflex klampt Jezus zich vast aan zijn moeder, vanuit een intuïtief reiken naar bescherming en geborgenheid. Vandaar de naam van de Bijstandsicoon: Maria als moeder is de veilige toevlucht van het Kind én de mensen. Jezus' sandaaltje symboliseert het veelsoortig lijden dat ook ons doet schrikken.

Onze Lieve Vrouw van Bijstand: bid voor ons!